button-fotoalbums

button-muziek

button-link

Op 9 juni 2013 is Peter Koene op 65-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Bilt overleden. In de Volkskrant van 25 juni is een uitgebreid In Memoriam gepubliceerd.

Het eeuwige leven

De bewaarder van het Nederlandse lied legde de geschiedenis vast door nauwgezet te verzamelen.

Peter KoeneHij werd wel de vader van het Nederlandse lied genoemd. En daarmee worden niet de meedeiners en smartlappen uit het TROS-repertoire bedoeld. Peter Koene probeerde vooral het oud-Nederlandse lied veilig te stellen: de vele liedjes die vanaf de Middeleeuwen tot in de jaren zestig door straatzangers werden gebracht en zo mooi op de actualiteit van de geschiedenis inhaakte. Hij verzamelde ze uit overlevering van oudere mensen en conserveerde ze door zelf te zingen en door als voorzitter van de stichting Volksmuziek Nederland en als redacteur van bladen ervoor te zorgen dat ze op de een of andere manier bewaard bleven en gespeeld werden.

Peter Koene overleed op 9 juni in zijn woonplaats De Bilt aan de gevolgen van leverkanker. Hij laat drie kinderen na, twee bij zijn eerste vrouw en een bij zijn tweede vrouw Ineke Hoeks, met wie hij de laatste dertig jaar samenwoonde.

Koene wordt geboren in een katholiek gezin in Delft als oudste van vier kinderen. Zijn vader is binnenvaartschipper voor een kabelfabriek. Al vroeg ontdekt hij de muziek als zijn grote passie. Vanaf zijn 10de speelt hij gitaar. Op zijn 13de gaat hij naar het seminarie . Vijf jaar later houdt hij het daar voor gezien en gaat hij naar de sociale academie. Hij wordt personeelsmedewerker op de fabriek van zijn vader en later vormingswerker. De laatste twintig jaar is hij werkzaam als ouderenwerker en sociaal makelaar in de Utrechtse volkswijk Ondiep.

Als hij in 1965 het Amerikaanse folknummer Litte Boxes op Radio Caroline hoort van Pete Seeger besluit hij zanger te worden. Via Seeger raakt hij in de ban van Bob Dylan, Joan Baez en later The Dubliners. Hij leert instrumenten te bespelen als mandoline, doedelzak en dwarsfluit. Hij treedt op in onder meer Cobi Schreijers Waagtaveerne in Haarlem, waar Seeger zelf ook nog speelde. Schreijer stimuleert hem om het oude Nederlandse volksrepertoire op te pakken. Behalve in de Waagtaveerne treedt Koene eind jaren zestig ook op in Folkclub '65 in Amsterdam.

In 1969 verschijnt zijn eerste album, Komt vrienden hoort een lied, met oud-Hollandse liedjes die hij van zijn grootouders heeft geleerd. Hierop staan nummers als Het Vrouwtje van Stavoren, Jan Broeder, het Botermeisje en Komt Vrienden in Het Ronde. In 1971 staat Koene aan de basis van het eerste Delftse Folkfestival. Daar ontstaat de volksmuziekgroep Hutspot, die traditioneel Nederlands repertoire speelt dat aansluit op de moderne folkbeweging.

In de jaren zeventig volgt een periode van actie en engagement. Koene werkt voor Proloog, dat politiek actief theater brengt. Hij componeert muziek bij teksten van Jan Smeets. Grote producties zijn De overval op het pakhuis en De klucht van Pierlala.

Tegelijkertijd vormt hij met Jaap Oudesluijs de geëngageerde volksmuziekgroep Werktuig, die tot 1985 veelal linkse politieke liedjes brengt. De populariteit van folkmuziek staat in die jaren op een laag pitje. Pas eind jaren tachtig kan hij de draad weer oppakken. Koene treedt op met een reeks van groepen en artiesten, onder wie Jules de Corte. Hij maakt platen en cd's. Hij zit in formaties als Madlot en de Foo Foo Band (dramatische zeemansliedjes). Ook werkt hij lang als redacteur en eindredacteur van het folk- en volksmuziekmagazine Janviool, tegenwoordig New Folk Sounds.

Vorig jaar verscheen zijn album De Toren (en andere liefdesliedjes) met nummers over zijn eigen jeugd en over zijn ziekte. Hier legt hij enkele van de duizenden liedjes vast die naar eigen zeggen voortdurend door zijn hoofd spookten.

PETER DE WAARD − 25/06/13, 00:00 © De Volkskrant